Beeldende kunst studeren? Als je komt studeren bij de opleiding beeldende kunst, dan kom je terecht in een inspirerende omgeving waar dingen worden gemaakt, niet nagemaakt. Een omgeving waar mensen hebben gekozen voor beeldende kunst. Mensen die dingen onderzoeken, van zichzelf vindingrijk zijn en vaak opvallen door de originele manier waarop ze tegen dingen aankijken. Mensen die ook ambitieus durven te zijn, gedisciplineerd en veeleisend. Een omgeving waar niet alleen dingen worden gemaakt, maar waar ook wordt nagedacht over wat kunst eigenlijk is en wat je er mee wil?
Bij de opleiding vind je onafhankelijke mensen die ergens voor staan. 10 Zij zullen niet vanzelfsprekend achter heersende meningen aanrennen, maar ze weten ook dat de vele vragen die er zijn te bedenken op het gebied van kunst niet alleen beantwoord kunnen worden.
Tenslotte kom je terecht in een omgeving waar je terdege kennis maakt met het werkveld en waar je je toegang kunt verschaffen tot de professionele kunstwereld. Wat dat betreft is het niet alleen een ‘opleiding’, maar ook een ‘plaats’ waar iemand zelfstandig, van binnenuit en in zijn eigen tempo kan werken aan de professionalisering van zijn of haar kunstenaarschap.
De opleiding begint met de algemene propedeutische fase. Gedurende het 2e studiejaar wordt er een aantal vaardigheden (schildertechnieken, materiaalbeheersing, gevoel voor ruimte en plasticiteit, werken met bewegend beeld en geluid) verder uitgebouwd. Je werkt dan nog in een gezamenlijk atelier aan je ‘beeldende praktijk’. Vooral de werkplaatsen spelen in dit jaar een belangrijke rol.
Tevens bestaat er ruimte voor cross-over verkenningen en wordt er ingegaan op de problematiek rondom ‘beeldende kunst in de openbare ruimte’. Het kunsttheoretische programma richt zich op een grote verscheidenheid aan onderwerpen, met een steeds grotere nadruk op de beeldende kunst van de 20e en de 21e eeuw. Dit programma blijft niet beperkt tot het bestuderen van de bronnen, maar wordt ook vertaald naar de praktijk: het atelier.
In het 3e studiejaar ga je al wat meer werken in een ‘eigen atelier’- sfeer en het vak conceptanalyse gaat een grotere rol spelen. Aan het einde van het 3e jaar start het programma beroepsvoorbereiding en wordt je vervolgens 4 periodes lang geïnformeerd over ‘het beroep beeldend kunstenaar’. Je leert na te denken over / te reageren op vragen rond bijvoorbeeld onderwerpen als ‘autonomie’ en (maat- schappelijke) ‘context’.
Er komen gastdocenten, er volgen atelierbezoeken, je begint te werken aan je portfolio en je maakt langzaam maar zeker kennis met de tentoonstellingspraktijk. In het 4e leerjaar krijg je de beschikking over een eigen atelier en kun je in opperste concentratie werken aan het eindexamen. Dat is een puur individueel traject. Tijdens het eindexamen wordt je werk beoordeeld door de (gast)docenten van de opleiding.